ECHTSCHEIDING EN KINDEREN
algemeen

advocaten voor echtscheiding en scheidingsbemiddeling

Kinderen kunnen niet scheiden van hun ouders

Verreweg de meeste kinderen houden van zowel hun vader als hun moeder, zelf als die vader en/of moeder niet de ideale ouder is. (Het voordeel van ouders is dat kinderen, zeker als ze jong zijn, weinig vergelijkingsmateriaal hebben, maar dat terzijde.)
De relatie tussen kinderen en hun ouders is van een heel ander soort dan die tussen partners. Jouw aanstaande ex-partner kan in jouw ogen de verschrikkelijkste persoon op deze wereld zijn, maar waarschijnlijk denken jouw kinderen daar anders over.
Dat zullen ze overigens niet snel aan jou vertellen, want kinderen zijn grenzenloos loyaal. Zij weten heel goed dat er maar één goed antwoord is op de vraag van moeder: en wat vindt jij nu van papa? Dat antwoord is ongeveer dezelfde scheldpartij die ze eerder uit de mond van mama hebben gehoord. En stelt vader ze dezelfde vraag, dan krijgt hij het antwoord dat hij graag wil horen.
Is dat liegen? Nee, niet echt. Wat doe je in een situatie waarin de twee mensen van wie jij het meeste houdt elkaar niet meer kunnen luchten of zien? Je probeert dan in een wanhopige spagaat om beiden te vriend te houden.
Het gaat er niet om of jij het jouw aanstaande ex gunt dat hij/zij de kinderen blijft zien. Het gaat om de vraag of jij het jouw kinderen, ook na een echtscheiding, gunt om zich zo goed mogelijk en evenwichtig te ontwikkelen.
Wij zouden niet graag de ouders de kost geven die in de echtscheidingsprocedure hun eigen haat- en wraakgevoelens voor laten gaan op het geluk van hun kinderen. Gelukkig maar dat jij daar niet bijhoort.

TIP !

Hulp nodig bij het vinden van een goede advocaat familierecht, arbeidsrecht of huurrecht?
Wij vinden een goede advocaat voor jou! Gratis en vrijblijvend!
 

Is een echtscheiding slecht voor kinderen?

Meestal wel. Veel kinderen vinden het vreselijk als hun ouders gaan scheiden en zeker jonge kinderen hebben nog lang na echtscheiding de fantasie dat hun ouders zich weer verzoenen.
De periode van de echtscheidingsprocedure zelf, is vaak moeilijk voor kinderen. Hun ouders gedragen zich niet normaal, en al helemaal niet leuk. Er veranderen vaak allerlei praktische zaken. De toekomst lijkt onzeker te worden. Zeker als ouders er niet alles aan doen om de echtscheiding fatsoenlijk te laten verlopen, zonder enorme ruzies en toestanden, kan de periode van de echtscheiding een forse weerslag hebben op het welbevinden van de kinderen.
Ook na de echtscheiding zelf, blijft het uit elkaar gaan van ouders een rol spelen in het leven van het kind. Kinderen van gescheiden ouders gaan zelf beduidend vaker scheiden dan kinderen van niet gescheiden ouders, presteren slechter op school en vertonen gemiddeld vaker problematisch en/of crimineel gedrag.
Toch houden wij hier geen pleidooi om dan maar onder alle omstandigheden bij elkaar te blijven.
Er zijn sterke aanwijzingen dat niet zozeer de echtscheiding als feit op zich het probleem voor de kinderen veroorzaakt, maar alle ruzies, problemen en loyaliteitsconflicten daaromheen. En die zijn voor een groot deel te voorkomen als ouders bereid zijn om rekening te houden met de gevoeligheden van kinderen.
En bij elkaar blijven in een zeer slecht huwelijk met veel spanningen, ruzies en/of geweld is ook niet goed voor kinderen.
Kinderen hebben een groot aanpassingsvermogen en als ouders bereid zijn om van de echtscheiding geen loopgravenoorlog te maken en om ook na echtscheiding te blijven denken aan de belangen van de kinderen, dan is een echtscheiding voor kinderen een overwinnelijke hobbel in het leven.
Maar in het algemeen gesproken is echtscheiding meer iets dat in het belang van de ouders kan zijn dan in het belang van de kinderen. Naar ons idee levert dat voor ouders de verantwoordelijkheid op om zich maximaal in te spannen om de gevolgen van de echtscheiding voor de kinderen zo klein mogelijk te maken.

Tips, trucs en goede raad

Maak de kinderen geen scheidsrechter in conflicten. Als jij en jouw ex het niet eens zijn over de zomervakantie, dan zorg je ervoor dat je het op een of andere manier eens wordt. Je stelt in ieder geval niet de onmogelijke vraag: wil je met papa of met mama op vakantie?
Kinderen hebben niets met financiën te maken. Problemen over alimentatiebetaling of over boedelscheiding los je zelf op en bespreek je niet met de kinderen. En dus ook niet op de bekende wijze: Ja, we vieren dit jaar geen Sinterklaas want papa heeft de alimentatie niet betaald.
Als je wilt weten wat je ex met haar nieuwe partner uitvoert, dan vraag je haar dat of je huurt een privé-detective in. Je gaat dus niet aan de kinderen vragen: En blijft die Piet ook slapen?
Het is logisch dat je in de periode van echtscheiding af en toe onzeker bent. Kan ik in het huis blijven? Ga ik het financieel redden? Dat zijn normale vragen. Voor kinderen zijn ouders echter degenen die altijd het antwoord weten op alle vragen. Als dat opeens niet meer zo is, dan slaat de schrik ze om het hart. Bespreek je zorgen en angsten met jouw vrienden of familie, maar roep niet steeds tegen de kinderen dat ze binnenkort geen dak meer boven hun hoofd zullen hebben en geen eten en drinken. Stel ze gerust. Ze zijn zelf al onzeker genoeg.
En geef je aanstaande ex niet steeds de schuld van al deze rampen; wie is er tenslotte verantwoordelijk voor de keus van deze onbenul als partner?

Echtscheiding: het kind krijgt de rekening

Hieronder tref je een artikel aan van Jeannette Pals, gepubliceerd op Pedagogiek.net.

Echtscheiding: het kind krijgt de rekening
publicatiedatum: 09-03-2006 12:55:40 | laatst gewijzigd: 13-11-2006 16:54:28 | auteur: Jeannette Pals

Eind vorig jaar presenteerde het Centraal Bureau voor de Statistiek de cijfers van 2004 rond echtscheiding. Al eerder was de tendens zichtbaar geworden dat in de afgelopen twintig jaar het aantal echtscheidingen dramatisch was toegenomen. De laatste jaren leek dit aantal, inclusief flitsscheidingen, enigszins te stabiliseren rond de 37.000. Maar wanneer men ook ongehuwd samenwonende stellen meerekent, blijkt het aantal scheidingen veel hoger te liggen, naar schatting rond de 100.000. Het aantal kinderen dat bij deze scheidingen betrokken is, ligt tussen de 50 en 60 duizend. In ruim 20 % van de gevallen waarbij nog thuiswonende kinderen zijn, hebben de partners na de scheiding geen contact meer met elkaar. Dit geldt dus voor ongeveer 11.000 kinderen. Rond de 19.000 kinderen hebben ouders die na de scheiding slecht contact hebben (de Graaf, 2005).

Echtscheiding is erfelijk

Analyse van de gegevens van het CBS toont aan dat kinderen van gescheiden ouders zelf een verhoogd risico lopen op een scheiding, waarbij de kans gemiddeld genomen twee keer zo groot is als voor kinderen uit intacte gezinnen. Hoe jonger het kind was bij de scheiding, hoe groter de kans dat het later zelf gaat scheiden: bijna de helft van alle kinderen die tussen de 0 en 4 jaar waren toen hun ouders scheidden, zijn zelf binnen 20 jaar huwelijk gescheiden. Voor oudere kinderen liggen deze percentages iets lager. Ook voor kinderen uit intacte gezinnen, waarvan de vader of moeder als kind een scheiding had meegemaakt, bleek de kans op scheiden twee keer zo groot te zijn wanneer beide ouders uit gescheiden gezinnen kwamen. Meer dan de helft van de huwelijken van deze kinderen eindigde binnen twintig jaar in scheiding (Steenhof en Prins, 2005). Maar er zijn meer gevolgen dan alleen een toegenomen kans op echtscheiding.

De gevolgen

In 1991 presenteerden Amato en Keith in de Verenigde Staten hun de resultaten uit een meta-onderzoek naar echtscheidingskinderen. Kinderen die een echtscheiding hadden meegemaakt bleken aanzienlijk slechter te presteren op school, hadden meer gedragsproblemen, een lager psychologisch en emotioneel welbevinden, een lager zelfbeeld en meer problemen op het gebied van sociale relaties dan kinderen uit intacte gezinnen. De gevolgen waren ongeveer hetzelfde voor jongens en voor meisjes, ook maakte het niet uit hoe oud het kind was tijdens de scheiding. Tien jaar later deed Amato een vergelijkbaar onderzoek en constateerde dat de negatieve gevolgen voor kinderen toegenomen waren, iets wat hij niet had verwacht omdat echtscheiding steeds minder leed onder het taboe zoals dat in de jaren 50 en 60 gold.

Dat de negatieve gevolgen toegenomen waren is waarschijnlijk vooral te wijten aan het feit dat vanaf de jaren ‘80, ‘90 niet alleen de hele slechte huwelijken (veel geweld, veel conflicten), maar ook de matige huwelijken strandden. Waar ouders vroeger bij elkaar bleven om de kinderen, of omdat scheiden te veel financiële onzekerheid meebracht, of omdat de sociale controle te groot was, koos men aan het einde van de 20e eeuw steeds meer voor eigen ontplooiing en het eigen geluk. Uit het CBS-rapport bleek dat problemen in de relatiesfeer, zoals botsende karakters of op elkaar uitgekeken zijn, voor bijna vier op de tien ondervraagden een reden voor de scheiding was (de Graaf, 2005).

Verzet tegen de ‘scheidingscultuur’

De keerzijde van deze ontwikkeling van deze ‘scheidingscultuur’ werd getoond door de kinderpsychologe Judith Wallerstein. In “The Unexpected Legacy of Divorce” (2001) presenteerde ze onderzoeksgegevens die ze in de loop van 25 jaar had verzameld in haar praktijk als kinderpsycholoog. De boodschap die ze de wereld wilde laten zien was dat er een zware schaduwzijde zit aan al die ontbonden huwelijken: misschien dat de ouders wel gelukkiger zijn, maar de kinderen zijn dat zeker niet. Integendeel, slechts 7 van de 131 door haar gevolgde kinderen groeide op in stabiele stiefgezinnen, twee derde maakte meerdere scheidingen en tweede of derde huwelijken mee van een van beide of beide ouders. Hierbij waren nog niet meegeteld de talloze verhoudingen, kortstondige relaties of het ongehuwd samenwonen van deze ouders.

De gevolgen voor de kinderen, zo betoogt Wallerstein, zijn desastreus. De scheiding van hun ouders is voor hen niet de oplossing van een onhoudbare situatie, maar eerder het begin van een soms jarenlange zoektocht naar rust en stabiliteit. Deze kinderen groeien op met de angst dat ze de fouten van hun ouders zullen herhalen. En omdat er zoveel gebeurt in hun leven dat ze moeten verwerken ontwikkelen ze zich langzamer en lopen meer risico dan andere kinderen in de problemen te raken. De cliënten die Wallerstein in haar kliniek behandelde waren stuk voor stuk zwaar beschadigd door de scheiding van hun ouders. “Te gemakkelijk”, concludeert Wallerstein, “werd in het verleden gezegd dat kinderen beter af waren met gescheiden ouders dan met constant ruziënde ouders”. Volgens haar hebben deze kinderen eigenlijk hun leven lang schade ondervonden van de scheiding van hun ouders, niet alleen in directe zin, maar ook indirect in hun eigen (huwelijks)relaties en de opvoeding van hun kinderen.

Bij elkaar blijven voor de kinderen

Nu zijn de conclusies van Wallerstein op zijn minst aanvechtbaar. De mensen die zij volgde en onderzocht, kwamen in haar kliniek vanwege persoonlijke of relatieproblemen. Terugkijkend naar hun jeugd bleek een groot gedeelte van de problemen die zij hadden terug te voeren op de scheiding van hun ouders. Dit betekent echter niet dat elke scheiding deze gevolgen voor de kinderen heeft. Maar er is wel enige ondersteuning voor haar pleidooi te vinden in andere, meer empirische studies. Zo toonden Morrison en Coiro (1999) aan dat kinderen uit intacte gezinnen in alle opzichten beter functioneren dan kinderen van gescheiden ouders. Kinderen uit gescheiden gezinnen vertonen meer gedragsproblemen dan andere kinderen, ongeacht de mate van conflict in het huwelijk. Maar ook chronische en/of heftige conflicten tussen de ouders hebben ernstige gevolgen voor de kinderen. In gezinnen met veel ruzie en geweld kan een scheiding beter zijn voor de kinderen.

Ook in Nederland is hiernaar onderzoek gedaan. Jaap Dronkers toonde in een onderzoek onder meer dan 9000 middelbare scholieren aan dat alleen bij zeer frequente en ernstige ruzies tussen de ouders, kinderen beter af zijn na de scheiding (Dronkers, 1999).

Ouderverstotingssyndroom of parental alienation syndrome

Een van de oorzaken van de problemen die kinderen krijgen is dat zij vaak het contact met de andere ouder helemaal kwijt raken of nog maar sporadisch contact met die ouder hebben. Dit kan grote gevolgen hebben voor het kind. In conflictueuze scheidingen kan het kind gedwongen worden door de ouder bij wie het kind woont, om tegen de andere ouder te kiezen. In het uiterste geval kan dat leiden tot het Parental Alienation Syndrome (PAS), een term die door de Amerikaanse psychiater Gardner, voor het eerst uitgebreid is beschreven. Kinderen met PAS houden afstand tot de ouder, gedragen zich minachtend en hebben duidelijk vóór de andere ouder gekozen. Dit proces wordt aangemoedigd en instandgehouden door de ouder bij wie ze wonen. De term PAS wordt overigens niet gebruikt wanneer de afstand of haat gerechtvaardigd is, vanwege misbruik of mishandeling (Spruijt, Eijkelenboom, Harmeling, Stokkers en Kormos, 2005).

PAS komt ook in Nederland voor, variërend van mild tot matig. (Voor een uitgebreide beschrijving van PAS, zie “Parental Alienation Syndrome (PAS) in the Netherlands” van Spruijt en anderen). Vooral bij scheidingen waarin conflicten niet worden bijgelegd en in een rechtszaak worden uitgevochten komt ouderverstoting meer voor, net als bij problemen rond de bezoekregeling. Spruijt c.s. pleiten ervoor vaker gebruik te maken van bemiddeling bij de scheiding, en voor verplichte communicatie en het door de rechter opleggen van begeleide bezoekregelingen (Spruijt, Eijkelenboom et al., 2005)

Mediatie

Bemiddeling of mediatie kan dus een goede manier zijn om de problemen voor de kinderen enigszins te verzachten. Om dezelfde reden kan ook gepleit worden voor vroegere bemiddeling, nog vóór de scheiding voltrokken is. Omdat ook steeds meer “matige” huwelijken ontbonden worden, neemt het aantal kinderen dat met een scheiding geconfronteerd wordt toe. Voor de kinderen uit deze gezinnen komt de scheiding vaak onverwacht. Dit kan leiden tot twijfel aan zichzelf en aan de betrouwbaarheid van anderen.

Geen wonder dat velen (in de politiek, maar ook bij justitie en hulpverlening) pleiten voor een bepaald traject dat doorlopen moet worden voordat de scheiding daadwerkelijk kan worden uitgesproken. Hierbij kan gedacht worden aan een “afkoelperiode” van bijvoorbeeld een half jaar tot een jaar tussen de aanvraag en de daadwerkelijke voltrekking van de scheiding, verplichte counseling of relatiebemiddeling bij het voornemen om te scheiden, of het bespreken van de negatieve gevolgen voor de kinderen met de ouders. In Amerika bijvoorbeeld zijn verschillende al of niet vrijwillig te volgen oudercursussen die vooral ingaan op de gevolgen voor de kinderen, met als gunstig resultaat dat de ouders zich na het volgen van de cursus meer richtten op de kinderen en constructiever waren in conflict oplossen (Spruijt, Bredewold et al, 2005).

Verwerking

Waar in ieder geval meer aandacht voor moet komen is de positie van het kind of de kinderen die betrokken zijn bij de scheiding. Niet alleen heeft het kind recht op een goede omgangsregeling met de uitwonende ouder, het heeft ook recht op tijdig geïnformeerd over en waar mogelijk betrokken worden bij wat er gebeurt in het gezin. Een kind moet de mogelijkheden krijgen om op zijn eigen manier alle emoties rond de scheiding te verwerken.

Een voorbeeld van een Nederlands programma is de spel- en praatgroep KIES (Kinderen In EchtscheidingsSituaties, voor meer informatie zie www.klassenwerk.com ). In dit programma wordt in acht bijeenkomsten met de kinderen gewerkt aan herkenning vinden, participeren (weer grip krijgen op je eigen leven), hulp uit eigen omgeving activeren en het verwerken van de scheiding.

In een onderzoek door bachelor studenten van de Universiteit van Utrecht werden kinderen die deelnamen aan het programma vergeleken met kinderen die hiervoor op de wachtlijst stonden. Kinderen die hadden deelgenomen aan het programma scoorden op een aantal factoren (bijvoorbeeld eigen oordeel over welbevinden, oordeel ouders over het welbevinden van hun kind) iets beter dan de wachtlijstkinderen. Kinderen gaven zelf aan dat het beter met hen ging, ze minder last hadden van depressieve gevoelens, beter begrepen waarom de ouders waren gescheiden en beter wisten wat ze moesten doen bij problemen. Verder was de band met de vader beduidend beter bij de kinderen die KIES hadden gevolgd en ook was het contact tussen de ouders verbeterd.

Omdat het onderzoek methodologisch niet sterk is zijn de resultaten niet te veralgemeniseren. Er zijn nog andere factoren die het ontwikkelen van problemen bij scheiding kunnen voorkomen, zoals een goed functionerende verzorgende ouder, weinig of geen confrontatie met ouderlijke conflicten, alimentatie van de niet-verzorgende ouder, eigen vaardigheden van het kind, steun van de sociale omgeving. Deze factoren zijn in het onderzoek niet meegenomen. Ook waren bij dit onderzoek alleen ouders en kinderen betrokken die zich vrijwillig hadden aangemeld voor het programma. Dat betekent dat zij oog hadden voor de problemen en de wil hadden om iets te veranderen, iets wat zeker niet zal gelden voor alle ouders die verwikkeld zijn in een scheiding. Maar daar zit ook precies de sterkte van de uitkomst, namelijk dat aandacht voor de kinderen in de hele echtscheidingssituatie van het grootste belang is om te voorkomen dat het kind uiteindelijk de rekening van de scheiding betaalt.

(Jeannette Pals (2006) Echtscheiding, het kind krijgt de rekening. Pedagogiek.net)